Voorbereiding:
15 min.
Bereiding:
25 min.
Klaar in:
40 min.

Een klassiek Frans nagerecht dat nooit uit de mode raakt, en niet zo moeilijk te bereiden als je zou verwachten. Maar dat blijft ons geheim!


Ingrediënten:

  • 115 gr bloem
  • 1 snufje zout
  • 1 ei
  • 280 ml melk
  • 1 eetlepel olie
  • boter voor in de pan

Bereidingswijze:

1Voor de crêpes: meng bloem en zout in een kom. Meng het ei, melk en de olie in een andere kom. Voeg de vloeibare ingrediënten toe aan het bloem en zout mengsel. Laat het deeg minstens 30 minuten staan.

2Verhit een klein stukje van de boter in een pan op een matig vuur. Voeg een kleine lepel van het beslag toe. Schud de pan zodat het beslag meteen gelijkmatig is verspreid over de bodem. Als de onderkant licht bruin is, draai je de crêpe en bak je aan de andere kant tot deze ook lichtbruin is. Doe hetzelfde met het resterende beslag.

3Voor de saus: Smelt de boter in een koekenpan. Voeg de suiker, sinaasappelschil en sinaasappelsap toe en breng dit aan de kook.

4Om op te dienen: vouw elke crêpe twee keer door de helft, zodat ze in vieren gevouwen zijn. Dip elke crêpe in de warme saus en leg op een warm bord. Voeg de Grand Marnier toe in dezelfde pan en verwarm dit, giet vervolgens onmiddellijk over de crêpes. Draai ze een beetje van jezelf en je gasten af (voor extra effect dim je het licht boven de eettafel) en gebruik een lange lucifer om de crêpes te flamberen. Dien meteen op.

Opbrengst:

4 broodjes